column

Column "Natuurlijk sportief!"
Ieder zichzelf respecterende website/krant of blog heeft tegenwoordig een columnist. Uiteraard doen wij mee aan dit modeverschijnsel, in ons geval is het een columniste geworden die perfect aansluit bij de gedachte van Noordwest 9.
Onze columniste is MTBster en boswachter in het NHD, wie droomt daar niet van; volkomen legaal 24 uur per dag onverhard rijden.....

Column "Natuurlijk sportief!"-Heerlijk! Herfst!
14-11-2012 Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.

De titel van dit schrijfsel doet vermoeden dat ik een liefhebber ben van de herfst. Klopt! Wat mij betref slaan we de zomer over en duiken we zo van het voorjaar het najaar in. Er is echter een probleempje, zonder zomer geen najaar. Dus zit ik ieder jaar de zomer uit en leef op als de dagen weer korter worden en de natuur in de herfstmodus komt.



Tijdens het fietsen kan ik dan weer volop genieten van wat de natuur te bieden heeft. Het begon al vroeg met een invasie van Gaaien. Normaal zeker niet schaars, maar de afgelopen anderhalve maand waren er opvallend veel van deze vogels. Opvliegend van de grond, van boom naar boom, zoekend naar eikels en elkaar aftroevend, krassend tussen de takken,  door het hele duin kwam je ze tegen. Daarna volgde een invasie van koolmezen. Ook overal te zien en te horen. In de bossen, de struwelen, in het open duin, goed zichtbaar en vooral ook veel herrie makend. Veel van de dieren in een prachtig vers verenpakje. Stropdas om, zwarte pet op en zingen maar. Alsof het voorjaar was in plaats van herfst. Deze koolmezen, die van ver komen, brengen hun eigen liedjes mee. Nu zijn koolmezen al bijzonder creatief als het om zang gaat, in iedere streek zingen ze toch weer anders.  Menig duinbezoeker hoorde de meest vreemde melodietjes en riedeltjes, vaak nageaapt van een andere vogelsoort. Meteen daarna verklappen ze zichzelf door hun lied af te sluiten met een zeer kenmerken mezen getsjirp.  Een deel van de vogels zal hier de winter doorbrengen, een deel zal ook doortrekken naar elders.
Na een paar koude nachten is alles ook prachtig gekleurd. De kou zorgt ervoor dat bomen vrij snel hun suikerfabriekjes in de vorm van bladgroenkorrels, terugtrekken uit het blad. Wat over blijft zijn de gele en rode bestanddelen die de bladeren hun herfstkleur geven.



Ook een aantal paddenstoelensoorten leken zich wel invasief te gedragen dit jaar. Een nat voorjaar, gevolgd door een milde zomer en een zeer nat najaar staat garant voor een rijke paddenstoelenflora. De cantharellen waren er al vroeg dit jaar, en ook nog eens massaal. Vliegenzwammen lieten even op zicht wachter, maar die waren er de 2e helft van oktober ook volop. Onder de dennen ziet het paars van de Duivelsbroodrussula's. Deze paddenstoel met zijn paarse hoed en dito steel doet trouwens in zekere zin zijn naam eer aan. Een klein stukje proeven doet je algauw wensen dat je dat niet had gedaan, zo brand je tong ervan. Ook onder de dennen massaal de Dennenvlamhoed, goudbruin en met duizenden langs de paden. In de Schoorlse bossen, langs de mountainbikeroute vele, vele smakelijke melkzwammen. Hoewel deze zwam er totaal niet appetijtelijk uitziet, schijnt hij wel lekker te zijn.



Nu wordt het wat kouder en dat zal een hoop paddenstoelen geen goed doen.  Bomen zullen nu vrij snel hun blad laten vallen en dan wordt hun takkenstructuur weer zichtbaar. Wat mij betreft ook een genot om naar te kijken. Meteen komt er meer licht op de bodem, waardoor ook de mossen meer in het oog springen. Ook daar valt heel veel aan te zien, zoveel kleuren groen, zoveel vormen, wat een wonderbaarlijke plantjes.
Herfst betekent ook lekker fietsen op het strand, waar groepen Drieteenstrandlopers achter de uitlopers van de golven op het strand aanjagen. Kleine grijswitte vogeltjes met zwarte pootjes. Hoewel je die doorgaans alleen in de vorm van een vage zwarte vlek ziet, zo snel bewegen die pootjes.
Zucht! Zo kan ik denk ik nog pagina's doorgaan. En dat alles is fietsend te beleven. Mits je daarvoor de moeite neemt uiteraard. Geniet van de herfst, haal eruit wat je eruit wilt halen, maar respecteer ook andere genieters.

Natasja Nachbar, boswachter PWN



Column "Natuurlijk sportief!"-Stijf bevroren
18-01-2012 Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.

En toen was het zomaar een paar dagen winter. Na het zachte weer van de afgelopen 2,5 maand is het best even wennen als de temperatuur 's morgens vroeg  beneden nul is. Wel lekker fietsweer, na alle wind en regen is dit windstille weer een verademing.



Het duin is stijf bevroren, alles is bedekt met een dikke laag rijp en plassen, meren en poelen zijn met ijs bedekt. En verder is het stil. Stil in de zin van geen wind door de bomen, van geen mensen in het duin en geen verkeerslawaai. Zelfs de kerosinevinken van KLM en consorten komen voor de verandering eens op een beschaafde manier over. Geen onnodig gebrul, gegier of andere herrie. Prettig, zo hoor ik des te meer van de vogels om mij heen en het knerpend van rijp en opgevroren blad onder mijn wielen. Opmerkelijk toch wat een paar dagen vorst doet met het duin. Alles wat de afgelopen week nog nat en soms zelfs modderig was, is nu knuppelhard bevroren. Heerlijk ook om te ervaren dat de temperatuur in bos en open terrein zo verschillen. Zo vroeg als het nog is, is het aangenamer in het bos dan in de open delen, waar de temperatuur aanzienlijk lager is. Straks, als de zon hoger staat, is dat precies andersom. Dan voelt het bos aanzienlijk kouder aan.  Opmerkelijk genoeg blijft de inhoud van mijn bidon lang vloeibaar. Ben benieuwd hoelang dat zo blijft, met het rijzen van de zon daalt immers de temperatuur, in het 1e uur na zonsopkomst.



Het zachte weer van de afgelopen tijd heeft er voor gezorgd dat veel vogels het voorjaar in het kopje hebben gekregen. Er werd al naar hartenlust gezongen, maar ook op een koude morgen als vandaag hoor ik vele vogels. Al bij het klappoortje waar ik het duin in kom, aan de zuidkant van het duinmeer bij Bakkum,  wordt ik verwelkomd door een zingende Glanskop. Vlak daarop begint ook een Boomkruiper te zingen. Deze laatste zal ik vandaag vaker horen. Verderop de kakelende lach van een Groene specht. Ik zie hem niet maar hoor hem des te beter. Opvallend genoeg hoor ik geen Zanglijster. Deze letterlijk vroege vogel zit al een paar weken uit volle borst te zingen, bij voorkeur vanuit een  populier of een andere hoge boom.  Een paar keer zie ik een Buizerd tussen de boomtoppen, zwevend met gespreide vleugels en de staart als roer gebruikend om boomtoppen te ronden. De opkomende zon zorgt voor een mooi oranjegeel licht tussen de bomen. Vlakbij de Oudendijk, in het Heemskerkse,  zit een Buizerd  op een afgebroken boompje dat in een oud, half dichtgegroeid  infiltratiekanaal staat. Hij wacht tot zich een lekker hapje aandient. Met deze temperatuur is het beter rustig af te wachten dan actief te gaan jagen. Vliegen kost nou eenmaal veel energie. Kleinere vogels zitten met een opgezet verenpakje lekker warm te blijven.  Met al die lucht tussen de veertjes zien ze er koddig uit.



Op een afgevallen eikentak zitten 2 enorme gele trilzwammen. Ook zij zijn bedekt met een laag rijp. Tussen de wendingen van de hersenachtige structuur van de zwammen ontdek ik een paar ijsplaatjes. Prachtig, zoals de zon daarop valt.!
Inmiddels staat de zon hoog genoeg om het in de open delen net wat aangenamer te maken dan in het bos, hoewel mijn bidon nu gevuld is met ijswater met isostar-smaak. Maar goed, er komt nog steeds wat vloeibaars uit. Dan, zo rond een uur of 10, als het echt aangenaam is en ik een beetje begin te zweten, lijkt er van het ene op het andere moment mijn bidon alleen nog maar ijs te bevatten. Tja, dat zal je altijd zien, krijg je dorst, is net je bidon bevroren. Mmmm, dan maar geen drinken. De zon staat nu onder een hoek dat de takken van de duindoorns onder de laag rijp paars oplichten. Zoals berken dat wat later in de winter, als de knoppen zwellen, ook hebben. Even verderop scheert een Havik laag over. Zo dichtbij dat ik de gespikkelde borst en de gele klauwen kan zien. Prachtig, een mooie afsluiting van een heerlijke tocht! Inmiddels is het allemaal weer grijs en nat buiten, maar die paar mooie dagen hebben we toch zomaar cadeau gehad.

Natasja Nachbar
Boswachter PWN



Column "Natuurlijk sportief!"-Opzij, opzij, opzij...
20-10-2011 Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.

Haast. Effe snel je ding doen en de daarbij behorende niet zo sociale gedragingen. Het recht van de snelste, zeg maar, en daarvoor moeten de minder snelle, of andere "weggebruikers", plaats maken. Het liefst zo snel mogelijk en als het niet snel genoeg gaat......
Niet alleen in t verkeer gaat dat zo, ook op de mtb route van Schoorl komt het voor. En elders in het duin. Typisch menselijk gedrag, of beter gezegd, dierlijk gedrag, want die kunnen er ook wat van. Neem alleen al de spreekwoorden "er als de kippen bij zijn", "haantje de voorste", of: "een graantje meepikken". Of neem een groep paarden met hun welbekende voedselnijd. Dierlijk gedrag, heb ik altijd gedacht. Na vandaag weet ik wel beter.



Na een stukje op het strand gereden te hebben, heb ik een rondje over de route in Schoorl gereden. Was ik al een tijd niet geweest, en nu het vrij nat weer is, verwacht ik er een hoop paddenstoelen. Cameraatje mee en genieten maar.
Al gauw valt het mij op dat er veel paddenstoelen vlak langs het pad staan. Nu vallen ze daar het meest op, uiteraard, maar een beetje reuring doet blijkbaar ook geen kwaad. Je moet je voorstellen dat de schimmeldraden waarop de zwam wordt gevormd, zeg maar het organisme "schimmel", zoals je ook een organisme "mens" hebt, zo ongeveer door dat hele bos liggen. In theorie kan dus op elke willekeurige plaats een paddenstoel uit de grond schieten. Het blijft bij theorie, want ze stonden te dringen langs het pad. Soms zelfs zo dicht erlangs, dat ze zijn bekogeld met door regen en voorbij rollende MTB wielen opgespatte zandkorrels. Heel apart om te zien.
Hele groepen van met name Koeienboleten staan in de dennenbossen te dringen om de beste plek. Nu moet het gebeuren, er is voldoende vocht, de bodem is nog warm genoeg en dus is het tijd om de sporen te laten rijpen! In hun haast om de beste plek op te eisen, worden soortgenoten opzij gedrukt en vervormd. Ik zag gescheurde exemplaren naast half gevouwen naast verfrommelde naast omvergeduwde naast... Ga zo maar door. Dat ze in een korte tijd bovengronds komen blijkt uit de met dennennaalden, blad en aarde versierde hoeden. Spontaan komt de tekst van het lied van Herman van Veen in mij op: Opzij, opzij, opzij, maak plaats...enz. Een melodie die ik de hele middag niet meer kwijt kan raken.



Andere paddenstoelen zijn alweer op hun retour. Bah, vies gezicht hoor, zo'n beschimmelde schimmel. Ik stap er niet voor af om te kijken wat voor soort het is, in zo'n geval moet mijn nieuwsgierigheid maar elders worden bevredigd. Zoals bijvoorbeeld in de verbrandde bossen langs de route. In 1e instantie ziet het er maar treurig en doods uit. Maar dan zie ik toch zo hier en daar een paddenstoel. Hup, van de fiets en op onderzoek uit. Op de knietjes, even turen van dichtbij, een grote Fijnschubbige boleet staat pontificaal op een met dennennaalden bedekt verbrand stuk. Goed nieuws, er zit nog leven in de bodem! Als ik op sta, met zwart beroete knieen en eens beter om mij heen kijk, zie ik veel meer paddenstoelen, en niet alleen boleten. Er staan Duivelsbroodrussula's, paarsrode hoed en dito steel, daar is het ook helemaal de tijd voor. Er staat er een bij, met een hoed zo groot... Formaat flinke soepkom, zeg maar. Verderop gluurt een klein rood Braakrussulaatje tussen de dennennaalden. Beide namen dekken trouwens geheel de lading. Vlakbij, in een vers stuk mos, een groepje Mosklokjes. Tot mijn verbazing vertonen deze meestal vertederend kleine en solitair groeiende  paddenstoeltjes het niet zo sociale gedrag van dieren. Ze verdringen elkaar op een vierkante centimeter mos, terwijl op de hele pluk plaats is voor nog wel 25 mosklokjes! Rare wezens, die schimmels.



Verder maar weer op de fiets. Even voorbij het stuk fietspad, vlak voor de Bokkenwei, een vrij  grote groep Kleverige koraalzwammetjes op een oude dennenstronk in de rand van het pad. De kleverige, koraalvormige vruchtlichaampjes zijn versierd met opgespatte zandkorrels, die duidelijk afsteken tegen de oranjegele kleur van de koraaltjes. Nog weer verder, langs het slingerende lage deel vlak voor de klim maar de Nok, weer van dat  rare niet zo sociale gedrag. Deze keer zijn het Hanenkammen, ook wel bekend als Cantharel. Ook bovenop elkaar, beschadigd en wel en ook beplakt met zandkorrels. Ik moet nu toch echt mijn mening over dierlijk gedrag bijstellen. Schimmels kunnen er ook wat van!
Langs de Mariaweg, daar waar je hem kruist, een hele rare verschijning. Het ziet eruit alsof iemand met kleine hondenkluifjes heeft gestrooid en die nu door de tijd zijn aangetast. De gaten zitten erin. Het zijn Witte kluifzwammen, kwestbaar aandoende zwammen die je mond doen openvallen van verwondering. En verderop....ach, laat ik maar ophouden en gewoon gaan fietsen. De route ligt er goed bij, en dat is ook genieten!

Natasja Nachbar,
Boswachter PWN


Column "Natuurlijk sportief!"-Kleddernat
03-08-2011 Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.

Zo droog als het voorjaar is geweest, zo nat lijkt de zomer te worden. Na al het stofhappen en zandbijten op de mtb, kom je nu zowaar af en toe een plas tegen op een bospad. Paden die helemaal leken te zijn vergaan tot stof, zijn aan een 2e leven voor dit jaar begonnen en worden zowaar weer begaanbaar.
Prettig om te fietsen, maar ook prettig voor plant en dier.
Planten die in april en mei normaal gesproken rijk bloeien, lieten het stevig afweten of begonnen pas in juni, en dan marginaal te bloeien. Er zijn ook soorten die dit jaar maar gewoon overslaan en pas volgend jaar weer gaan bloeien. En minder bloei betekent minder nectar, dus minder voedsel voor vlinders, hommels, bijen en andere nectarsnoepers.



Nu kun je natuurlijk denken: wat maakt mij dat nu uit, of er veel of weinig bloemen en vlinders zijn, ik wil lekker fietsen. Klopt! Maar is het niet zo dat nou juist de aankleding van het terrein waar je fietst, de entourage, dus de planten, bomen, vogels enz. toch wel heel bepalend is voor je fietsplezier? Zeg nou zelf, fietsen door het duin met alles wat daar bij hoort is toch veel leuker dan fietsen over een afgedekte kale vuilnisbelt, hoe uitdagend de paden daar ook zijn.
Voor mij persoonlijk zit veel van het plezier van het mtb-en in wat ik onderweg zie en hoor.
De tijd van alleen maar knallen en met trainen bezig zijn, heb ik afgesloten toen ik in 2005 stopte met wedstrijd rijden. Sindsdien train ik niet meer, maar ga ik lekker fietsen. Een heel verschil, nu mag ik van mezelf ook genieten van de omgeving en van wat ik daarin opmerk. En ik ben dol op vlinders, hommels bijen en andere kriebelig gespuis, dus is er voor mij veel te genieten.



Maar goed, terug naar de plantjes en de beestjes. De nattigheid die op dit moment overvloedig is, levert de komende tijd nog wel wat (2e) bloei van planten op. Oftewel vlinders, die zijn fietsende voort toch redelijk zichtbaar. Zelfs een leek kan een koolwitje en een citroentje herkennen.
Na de normale vlinderdip in juni, veel vlinders verkeren dan in het rups of popstadium, verschijnen er zo zachtjes aan exemplaren van de 2e generatie dit jaar. Zo zag in afgelopen dagen kakelverse vlinders van de Atalanta, Gehakkelde aurelia en Bont zandoogje. Juist deze laatste soort doet het erg goed in het duin. Pak em beet 10 jaar geleden kwam het diertje alleen voor in het zuiden van het land, nu rukken ze steeds verder op naar het noorden. Een voorbeeld van een soort die heel wel vaart bij het veranderende klimaat. In het duin zitten ze sinds een paar jaar ook al in Bergen. Je ziet ze vaak vliegen langs een bosrand of opvliegen uit de grazige berm van een bospad. Bruin, met gelige stippen, onmiskenbaar. Zitten ze stil op wat dode bladeren, dan zie je ze bijna niet.
Nog zo'n zichtbare soort langs paden is de Gehakkelde aurelia: oranje met bruin en vaak krachtig vliegend. Als je hem ziet zitten begrijp je meteen waarom hij "gehakkeld" voor zijn soortnaam heeft staan.
De Atalanta, donker, bijna zwart met een helder oranjerode band over de vleugels, is ook zo'n  "fietsvlinder", waarmee ik bedoel dat je hem al fietsend makkelijk kunt herkennen. Mits je oog hebt voor je omgeving, uiteraard. Iedereen kent deze vlinder wel uit de tuin.
Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar leuker is om het allemaal zelf te ontdekken.
Afsluitend zou ik willen zeggen, geniet van de regen en al het goeds wat het brengt. Je weet, je wordt er alleen maar nat van!

Natasja Nachbar
Boswachter PWN



Column "Natuurlijk sportief!"-Subtiel

26-03-2011 Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.

Subtiel

Onlangs besloot ik om na een mooie rit door het NHD en een stuk van de route bij Schoorl, eens een kijkje te gaan nemen in het Geestmerambacht. Zo vaak heb ik daar de route nog niet gereden en na al dat stoffige zand in het duin, heb ik het vermoeden dat het op de klei goed fietsen is. Het blijkt een goede keus te zijn. Op 2 natte plekken na is het pad heerlijk droog. Verstand op nul en de blik op oneindig dan maar. Nou ja, stel die blik maar bij tot 5 mtr, want laten we eerlijk zijn, heel veel verder kun je niet vooruit kijken op deze route.
Het is een zachte dag, een klein zonnetje staat op het punt om door te breken. Voorjaar dus! En omdat ik mijn ogen gericht hou op de meters voor mij, moet ik het voor natuurbeleving vooral hebben van mijn gehoor. Hoewel het al bijna midden op de dag is, en de meeste vogels in de vroege ochtenduren zingen, is er hier actie alom. Er kwettert, zingt, fluit, piept en knarst van alles. Op links zet een winterkoning zijn lied is, meteen gevolgd door een reactie van rechts. Hier wordt duidelijk een vocale territoriumstrijd uitgevochten. Daar tussendoor klinkt de ijle zang van een roodborst. Verderop, in een hoge populier laat een zanglijster van zich horen. Luid en duidelijk klinkt een heel scala aan tonen en riedeltjes, elk steeds 3x achtereen voor een ander riedeltje word gezongen. Maar ook vinken laten hun prachtige lied horen.



Begeleid door al dat gezang houdt mijn ogen op het pad. Er zijn zoveel bochten en hoewel er nog geen blad aan boom en struik zit, kan ik door de dichte begroeiing toch maar moeilijk zien wat er om de volgende bocht ligt. Keer op keer wordt ik verrast door wat er na de bocht volgt: een recht stukje pad, een greppel, een met mos begroeide boomstam, een diep en uitgehard bandenspoor of meteen de volgende bocht. Na een paar slingers achter elkaar heb ik geen idee meer welke richting ik op ga. Nou ja, je komt vanzelf weer op je beginpunt uit als je een rondje rijdt.
De rozen langs het pad beginnen uit te lopen en ik wordt afgeleid door de kleurverschillen in de jonge blaadjes. Van bruin, via olijfgroen tot felgroen, wat een subtiele kleurenpracht! Ook de vlieren beginnen uit te lopen, aan de takken zitten kleine, donkerpaarse toefjes blad.
Jammer dat er zoveel zwerfvuil ligt in het bosje vlak achter de zonneweiden. Er liggen oude chipszakken die half begroeid raken met mossen, blikjes en veel snoeppapiertjes. Tja, het waait er gewoon in, maar het maakt maar weer duidelijk wat een slordige viezeriken mensen zijn.



Verderop, vanaf de grote heuvel in de route heb je een mooi zicht op de plas. Tijdens perioden met koud winterweer, zie je hier vaak zeldzame eenden. Nu zie ik op het plasje onderaan de heuvel 4 paartjes grote zaagbekken. De mannen met de zwarte koppen, de vrouwen met een roodbruine piekerige kuif op het achterhoofd. Niet zeldzaam, maar wel hele mooie wintergasten. Je ziet ze ook wel op de infiltratieplassen in het duin.
Op het open stuk aan de oostkant van de route, daar waar je lang de insektenmuur rijdt, spot ik de 1e bloemen. Zouden het paardenbloemen zijn, nu al? Nee het zijn de bloemen van het Klein hoefblad, een vroege bloeier op vochtige grond. Mooi om te zien hoe de kleur van de schubjes op de bloemstengel verloopt van bruin naar creme. Pas later, na de bloei, krijgen de planten hun hoefvormige bladeren. Dit is hetzelfde stuk van de route waar straks, eind mei en in juni, de roze/paarse bloeiaren van de rietorchis zijn te zien.. Een eindje verder komt ik langs het stuk waar in de zomer, tijdens een vochtige periode, champignons uit de grond poeven. Vaak gaat dit zo snel dat er nog grond op de hoed ligt. Of het eetbare zijn? Ik heb geen idee. Er zijn veel soorten champignons en van een aantal soorten krijg je hevig buikpijn. Maar dat is pas later in het jaar. Een paddenstoel die ik wel langs het pad zie staan is de Esdoornhoutknotszwam. Deze lijkt sterk op een zwarte vinger en is vaak een groot deel van het jaar zichtbaar op liggende esdoornstammen. En die liggen er genoeg langs de route.
Dan kom ik bij het steile hellinkje met de matten. Ik zoef naar beneden en haal aan de andere kant net aan de bocht naar rechts. Meteen daarna weer naar links. Als je hier, net als ik, niet zo vaak komt, blijft het een spannend rondje.
Ik zit me nu alvast te verheugen op een rondje in juni. Dan staat alles volop in blad, iedere boom en struik met zijn eigen bladvorm en kleur. Voeg daar de paarse bloeiaren van de orchideeen en de vele vogelgeluiden aan toe. Rond dit ensemble af met de vaak meer dan kniehoog bloeiende grassen die staat te wuiven in de wind, voeg er wat vlinders en libellen aan toe en je hebt de ingredienten voor een rondje natuurbeleving op de MTB bij elkaar.
Wees er zuinig op!

Natasja Nachbar, boswachter PWN



Column "Natuurlijk sportief!"-Mos
Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.

Ik werd vanmorgen verrast door de kleurenrijkdom van het duin in de winter. Nou verbaas ik me vaak over de vaak subtiele verschillen tussen de vele tinten geel, groen, grijs en bruin die je om deze tijd van het jaar ziet in het duin, maar vanmorgen viel mijn oog met name op de felle tinten groen van de diverse soorten mossen langs de paden. Zo na de vorstperiode verkeren de paar paddenstoelen die er zijn in het snotstadium en zijn er bijna geen wintergasten onder de vogels in het duin. Voor planten en insekten is het echt nog te vroeg in het jaar. En omdat ik altijd wat wil zien tijdens mijn tochtjes op de mtb werden dat mossen.



Voor mossen is het nu helemaal de tijd om hun ding te doen. Ze hebben niet veel licht nodig, en dat wat er nu beschikbaar is, kunnen ze ten volle benutten. Voortplanting, daar gaat het om! Als je er een beetje oog voor hebt, ik kan me zo voorstellen dat je tijdens het fietsen liever het pad in de smiezen houd, zie je op veel mosplantjes een haardun steeltje met daarop een miniscuul, vaak tonvormig dingetje. Net als varens doen mossen hun ding via sporen en die bivakkeren in dat tonvormige dingetje tot de omstandigheden daarbuiten gunstig zijn. Dan gaat er een klepje open en floep, weg zijn de sporen!

Vanmorgen keek ik dus uit naar mossen. Nu had ik daar ook alle gelegenheid voor: de paden precies goed, niet te droog, niet te nat, het losse zand net vochtig genoeg om lekker overheen te rijden. Eigenlijk weinig technische uitdaging dus, daardoor alle tijd om lekker om me heen te kijken naar mossen. Je komt ze tegen in allerlei vormen en maten. De donkergroene plakkaten, dekens bijna, die Haarmos vormt zien we allemaal wel denk ik. Langs de Diepe sloot, in het Bakkumse, aan weerszijden van het pad over bijna de hele lengte ervan, het moeten er miljoenen zijn. Als ik daar dan toch fiets, werp ik altijd even een blik op die enorme Echte vuurzwam die uit die afgebroken populier steekt. Het Is een meerjarig ding dat jaar na jaar groter wordt en die nu de afmetingen van een klein tafeltje aan begint te nemen.. Ben benieuwd hoe groot hij uiteindelijk wordt.

Een ander mos dat we allemaal wel kennen is het Duinsterretje. Tijdens mijn rit onder een grijze lucht waar zo nu en dan wat regen uit viel, waren ze oogverblindend groen. Op de een of andere manier lijken ze wel te stralen onder de grijze lucht. Je komt ze tegen op ieder open stukje. Een beetje kaal zand, wat lage grassen en jawel, daar staan ze. Ten zuiden van Egmond kun je er niet omheen, ze houden wel van een beetje kalk in de bodem. Ten noorden van Egmond zie je heel andere mossen, anders van vorm en kleur. Vooral het meest noordelijke pad van het NHD, de Linksche rand is een aanrader. De kanten van de lage duintjes langs dit pad staan vol met Gaffeltandmos, Klauwtjesmos en kronkelsteeltjes. Een eindje verder westelijk is een mooie open plek vol met rendiermos. Het wordt veel gebruikt in kerststukjes, maar persoonlijk zie ik het veel liever zo in het duin staan. Of liggen of wat het dan ook doet. Het zit nauwelijks vast aan de bodem. Kwetsbaar is het wel. Een paar bandensporen of voetstappen blijft jaren zichtbaar. Zonde!



Zo tussendoor beginnen de eerste zangvogels voorzichtig te zingen. Merel, Zanglijster, Heggemus, Kool- en Pimpelmees, Zwarte mees, Grote bonte specht, allemaal laten ze, zeer bescheiden nog, van zich horen. Ze zijn vast aan het opwarmen voor het voorjaar, als het grote zangkoor losbarst. Zo ver is het nog niet, ondertussen geniet ik van alles wat ik zie en hoor tijdens mijn ritje.

Natasja Nachbar
Boswachter PWN

19-10-2010 Column "Natuurlijk sportief!"-Herfst(licht)
Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.
 
Vanmorgen op de MTB gestapt voor een rit door het duin. Het was een mooie rit, zo een met alles erop en eraan: mist, zon, koude vingers en tenen, dauw, mooi licht, geur.....Kortom: HERFST.
Het begon prachtig met mistflarden in de polder en de belofte van de zon die daar doorheen zou branden. In het duin, iedere open plek in het bos gevuld met dichte grijze mist waardoor je niet van de ene naar de andere kant kunt kijken. Overal druppels dauw, op de paden, op het gras, aan bladeren. Hier en daar wat zingende roodborsten en mezen, in de war gebracht doordat de dagen nu, begin oktober, net zo lang zijn als begin maart. Dan moet er gezongen worden, een vrouw vinden, voortplanten. Het houdt vanzelf weer op als de dagen nog korter worden en de winter nadert.



Na de regen van september is het goed fietsen. Paden liggen er goed bij, zelfs met de oostenwind van de laatste dagen. Dankzij de regen is het ook een goed paddenstoelenjaar. Al sinds begin augustus is het een groot zwammenfestijn. Veel soorten in grote aantallen, regelmatig lees je in kranten over soorten die al in geen 50 jaar in Nederland zijn gezien.
Ik rij langs de Diepe sloot in Bakkum, vaste prik, om te kijken wat er daar aan paddenstoelen te zien is. Het valt tegen, door de droge oostenwind is de bovengrond ietwat uitgedroogd en zijn er weinig nieuwe, verse paddenstoelen. Jammer, vaak zijn hier vele soorten te zien. Wel een paar varkensoren. Dat zijn van die raar gevormde zwammen dat je eigenlijk niet eens ziet dat het er een is. Oranjegele flappen die rechtop uit de grond steken, daar lijkt het nog het meeste op. Ze zijn er best veel dit jaar, als je oog er eerst maar eens op valt.
Zuidwaarts dan maar, langs de camping richting de Zeeweg. Het Kroftveld is door de mist bijna niet te zien. Wat een klein wereldje. Windstil is het ook nog. In een hoge boom begint heel aarzelend een havik te kekkeren, maar valt snel weer stil. Er is wel vogeltrek. Door de oostenwind vliegt er van alles en nog wat over het duin. Vaak heel hoog, je ziet dan alleen wat stipjes, maar horen kun je ze wel. Groepen vinken, kruisbekken en sijsjes en hoor ik daar niet de eenzame roep van een goudplevier? Een beetje een naargeestig geluid op deze prachtige morgen maar  een mooiere begeleiding bij het fietsen kan ik mij niet voorstellen.



Dan, plotsklaps, is daar de zon en is de mist verdwenen. Wat overblijft is prachtig door bladeren, naalden en takken gefilterd licht. Fietsendevoort lijkt het net of de lichtbundels massieve pilaren zijn. Afgewisseld met donkere stukken is het best lastig kijken waar je fietst. Met name op de smallere paadjes maakt dit dat ik goed moet kijken om geen botsing met een boom te krijgen. Van de overhangende, natte vegetatie krijg ik natte voeten, maar dat kan de pret niet drukken. Het is zo stil, geen vliegtuigen, geen wind, je hoort zelfs de zee niet.
Met het stijgen van de zon stijgt ook de temperatuur, tot ik na een afdaling op een stuk kom waar de zon nog niet bij kan. Het lijkt daar wel winter en omdat de zon niet meer zo hoog komt, betwijfel ik of daar voor het voorjaar nog een straal direct zonlicht komt. Brrrrr. Verderop is het beter. Hier ligt een laag vers gevallen populierenblad sterk te ruiken. Samen met het licht en met de wat ik noem "paddenstoelenlucht" maakt dat het herfstgevoel compleet.
Het blad van een wegendoorn in tegenlicht en met dauwdruppels erop, ziet er met zijn paraboolvormige nerven ook al zo bijzonder uit. Een soort van natuur-design zeg maar. Zelfs iets simpels als een verse koeiendrol die glinstert van de dauwdruppels ziet er uniek uit. Of zou dat toch komen door de afdruk van een noppenband er dwars overheen?
Dan over het Ligustervlak, bovenop het duin een blik naar infiltratiegebied IKIEF. Tientallen tinten groen en geel met een vleugje bruin onder een vage lucht, het lijkt niet op te kunnen vandaag.
Dan ineens, bewolking en wind, het sprookje van de prachtige herfstochtend is bijna uit. De dauw verdwijnt nu snel, het licht is bij lange na niet zo mooi meer. Wat overblijft is de geur van de herfst. Nou ja, het is toch ook al bijna half elf, speelkwartier is over. Op naar de koffie.
 
Natasja Nachbar, boswachter PWN

11-06-2010 Column "Natuurlijk sportief!"-Vlinders
Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.



Zo, tijd voor een nieuw schrijfsel. Ik zit de laatste tijd niet zoveel op de mountainbike, ik moet effe goed herstellen van gedane inspanningen tijdens het Hemelvaartweekend. Voor de 3e keer de LCMT uitgereden, altijd mooi fietsen in de Ardennen, maar ook dusdanig zwaar dat serieuze vermoeidheid op de loer ligt. Maar goed, dat weerhoudt mij er uiteraard niet van om hier in het duin mooie dingen te zien.



Nu de temperatuur weer wat hoger is, beginnen er eindelijk wat vlinders te vliegen. Ja, koolwitjes en citroentjes zie je al gauw, dat zijn de die-hards onder de vlinders, maar de rest liet lang op zich wachten. Een heel makkelijk herkenbaar vlindertje, ik denk dat een ieder het wel eens heeft gezien, is het Icarusblauwtje. Ongeveer zo groot als je duimnagel en knalblauw! Zitten ze even stil, dan kun je ze herkennen aan de oranje vlekjes en zwarte stippen op de onderkant van de vleugels. Ze vliegen eigenlijk nooit hoger dan 50 cm boven de grond. Vliegt ie hoger, dan is het waarschijnlijk een van de vele andere soorten blauwtjes.
Nog een pracht om te zien is het Hooibeestje. Ook klein, een beetje lichtbruinig met een oranje bovenvleugel. Op die bovenvleugel een oogvormige stip. Ze zitten graag op en langs de paden, dus de kans dat ze opvliegen als je passeert is vrij groot. Nu snap ik best dat als je met een beetje snelheid rijdt, je daar niets van ziet. Dan het Oranjetipje, dat valt echt wel op. Zit graag langs bospaden en is wit met een flinke oranje vlek op de vleugel.
Langs de paden staat vaak Look-zonder-look, een wit bloeiende plant. Op deze plant legt het Oranjetipje zijn eitjes, die vervolgens als rups de boel flink kaalvreten. Helaas is de  vliegperiode van het Oranjetipje alweer voorbij, wachten tot volgend jaar dus. Heel vaak zie je ze bij de bospaden aan de zuidkant van de Kruisberg.
En dan zijn er natuurlijk rupsen. Rupsen in alle soorten en maten, in spinsels, aan draadjes als een soort spinneragjes, op bladeren, in bloemen, overal zitten ze. De meeste zie je natuurlijk niet tijdens het fietsen, of het moeten al de knalgeel behaarde rupsen van de nachtvlinder Kleine hageheld zijn die vlak voor je over het pad kruipt. Die aan de draadjes vind ik persoonlijk niet zo fijn, die hebben de neiging om een tijdje mee te liften aan je helm en dan zo heerlijk voor je ogen heen en weer te bungelen. Dat is nog daar aan toe, maar die draden die aan je neus hangen en daar vreselijk kriebelen..... Je krijgt er overigens niets van, ik bedoel, je veegt ze weg en dat is het dan. Het gaat meestal om de rupsen van de Kleine en de Grote wintervlinder en de Voorjaarsspanner. Allemaal nachtvlinders waarvan de rupsen het op eiken hebben voorzien en deze helemaal kaal vreten. Gelukkig is het rond de langste dag weer voorbij, omdat de rupsen gaan verpoppen. Tot dan is het gewoon een kwestie van doorfietsen en jezelf bij tijd en wijle "ontrupsen". Hoewel je die aan draadjes boven het pad hangende rupsen natuurlijk ook kunt zien als een extra Technical Trail Feature zoals Erik dat zo mooi omschrijft. Een ultieme stuuroefening: op het laatste moment (want dan zie je ze pas) wegsturen, korte bochten makend om zoveel mogelijk rupsen te ontwijken. Dat maakt toch van het saaiste rechte pad een technische uitdaging!
Succes en geniet van al het moois dat er te zien is.

Natasja Nachbar, boswachter PWN


05-04-2010 Column "Natuurlijk sportief!"-Voorjaar
Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.



Vanmorgen werd ik gewekt met het geluid van een Grutto. Nog voor ik mijn ogen had geopend hoorde ik hem. Of haar. En nee dat was niet mijn wekker (die komt niet verder dan tuut-tuut-tuut) en ook niet een of andere ingenieuze ringtoon op mijn mobiel. Nee het was een echte, levende Grutto, die ergens hoog boven mijn huis overvloog. Nu gebeurt dat wel vaker, want ik woon op pak hem beet 200m afstand van een polder waar gelukkig nog heel wat jonge Grutto's worden groot gebracht. 
En als ik met dat geluid wakker wordt, kan mijn dag eigenlijk niet meer stuk. Want hoewel het weer anders doet vermoeden, is het toch echt voorjaar!



Een ritje door het duin bevestigt dat. Veel (zang)vogels zijn terug van ver weg en zijn druk bezig met de voortplanting. Hoewel alles traag op gang komt na deze winter, wordt er op los gezongen en gebaltst en zijn de mannelijke exemplaren druk met het bezetten en verdedigen van hun broedterritorium. Zo hoor ik op links een Tjiftjaf die zo druk is met tjiftfaffen dat ik mij afvraag of hij niet zo meteen van enthousiasme uit de boom valt. Maar hij kan niet anders, op rechts, een eindje verderop zit een soortgenoot hetzelfde te doen. Een mooi voorbeeld van een territoriale strijd die wordt uitgevochten. Vlak langs het pad, zo'n beetje in mijn oor, barst een Winterkoninkje los. Ongelooflijk hoeveel decibel zo'n klein bruin vogeltje produceert. Ik ben bang dat ik voorlopig alleen nog maar een pieptoon in mijn linkeroor hoor.
Al veel eerder, toen ik bij de Egmond Binnen het duin inreed, hoorde ik een soort van gekras als van een Kraai, maar dan net anders. De boosdoener is gauw gelokaliseerd: een Gaai. Zo te zien kost het 'm de nodige moeite om te doen, zijn hele lijfje schudt ervan! Volstrekt maffe vogels, Gaaien, ze imiteren van alles en nog wat. Iedereen kent denk ik wel het geluid van een Buizerd. Het houdt midden tussen een miauwende meeuw en een vliegende kat. Althans, zoals je je voorstelt dat een vliegende kat zou kunnen klinken. Meestal roept een Buizerd alleen zwevend, hoog in de lucht. Mocht je een Buizerd horen roepen vanuit een boom, kijk dan maar eens goed, grote kans dat je wordt genept door een Gaai. Vaak verraadt hij zichzelf door, als hij zich betrapt voelt, een krassend geluid te maken dat klinkt alsof je wordt uitgelachen.
Heerlijk om zo te fietsen. Er zijn weinig mensen in het duin en ik zit lekker te genieten van wat ik hoor. Even verderop laat een Grote bonte specht zijn roffel horen op een dode eikentak hoog in een boom. Prachtige klankkast, zo'n dode tak, het geluid klinkt ver. Er zijn op dat moment geen concurrenten, er komt geen antwoord van elders.
Ook mooi om te horen en heel herkenbaar: Zanglijsters. Met een helder stemgeluid zitten ze hoog in een boom, vaak in populieren te zingen. Ze laten van alles en nog wat horen en imiteren veel geluiden. Vaak hoor je enkele herhalingen achter elkaar en samen met hun heldere toon is dat heel herkenbaar. Tussendoor ook nog het bescheiden, ijle trillertje van de Roodborst. Heel gedecideerd klinkt het voor een vogel met een agressief uiterlijk en dito gedrag.
Tijdens mijn rit rij ik van plek naar plek waar ik wat moois verwacht te zien of te horen. Rustig rijdend, even niet de wind in mijn oren maar volop luisteren naar de vogels. Voordeel als je alleen rijdt, je kunt zelf je route en tempo bepalen en er is niemand die tegen je aan leutert.
Een Boomleeuwerik bij het Doornvlak, zingend hoog in de lucht. Kijk ook eens bij de vogelkijkhut op het Doornvlak. Grote kans dat je langs het water voor de hut Bontbekplevieren en Kleine plevieren ziet. Vorig jaar hebben zij beiden gebroed op het open zand voor de hut. Fantastisch!



Door het bos zuidwaarts, voor de diverse zangvogels. Langs het duinmeer in Bakkum, misschien vliegt er een IJsvogel voorbij. De naaldbossen voor eventueel de roep van een Havik. Naar het Ligustervlak voor Roodborsttapuiten. Opvallend gekleurde vogeltjes. De mannen met een roodachtige borst en een zwarte muts op, de vrouwen minder fel gekleurd met een roomgelige borst en een gemeleerd bruin jasje aan. De mannetjes zitten vaak bovenin een lage heester te zingen. Kans dat vlak daarnaast een Heggemus gaat zitten zingen. Net zo'n herriemaker als de Winterkoning. Zelfs zijn liedje lijkt erop. Later in het jaar op deze plaatsen ook Grasmussen en daar waar de struiken dicht op elkaar staan, de Nachtegaal. Maar pas als je de Koekoek hoort, is echt alles terug van weggeweest.
Fiets en geniet van alles wat je hoort en ziet. Wees er zuinig op!

Natasja Nachbar, boswachter PWN



19-01-2010 Column "Natuurlijk sportief!"-Exit sneeuw
Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.



Het is weer voorbij. De sneeuw is op dit moment bijna overal verdwenen en ik moet eerlijk bekennen: ik vind het best wel jammer.
De afgelopen weken heb ik erg genoten van hoe je hele omgeving verandert als er een pak sneeuw valt en blijft liggen. Mooie, knerpende sneeuw, waaronder alle groene, grijze, gele en bruine tinten die je om deze tijd van het jaar in hoofdzaak ziet, verdwijnen. Alles klinkt anders, gedempt, maar ruikt en voelt ook anders. Alles in de natuur is veranderd. Je hoort en ziet maar weinig vogels, geen mossen in allerlei tinten groen, geen paddenstoelen, geen bruine laag afgevallen naalden tussen de bomen. Eigenlijk wel goed ook, want zo word je aandacht als vanzelf getrokken door sporen: prenten (voetafdrukken) in de sneeuw, knaagsporen van konijnen, resten van dennenappels.
Fietsend door de sneeuw, op een vroege doordeweekse morgen, kom ik in de vers gevallen  sneeuw, prachtige sporen tegen van vossen. Het is bekend dat vossen grote afstanden kunnen afleggen, maar zo in de sneeuw valt pas op hoe vaak zij gebruik maken van paden. Sommige sporen kon ik een paar honderd meter volgen over een pad. Zo af en toe maakte het dier een zijstapje het bos in, om een paar meter verder weer op het pad te komen.



Tijdens mijn rit viel mij op dat het ene pad meer gebruikt wordt dan het andere. Opvallend dat juist op de paden waar je er met je koppie bij moet blijven om die bocht lekker te nemen of overstekende bomen te ontwijken, ook veel vossenprenten waren te zien. Blijkbaar zijn de populaire mtb-paden ook bij vossen in trek.
Hoewel ik een vrouw ben en dus wordt geacht meerdere dingen tegelijk te kunnen doen, was het toch knap lastig om en die sporen in de smiezen te houden, en zonder brokken te fietsen. Al gaat het lang goed, al dat getuur naar prenten komt me wel op een valpartij te staan. Mijn voorwiel verdwijnt ineens onder mij vandaan en klabang! Op het ijs onder de sneeuw komt dat hard aan, maar de daarop volgende glijpartij van enkele meters verder naar beneden, zo maar de bocht om, is dan wel weer leuk.
Vossenprenten zijn goed te onderscheiden van die van de hond. Bij beide zie je de afdruk van de nagels en de kussentjes onder de tenen, met daarachter het voetkussen. Een duidelijk verschil is de vorm van de prent: die van de hond is rond, bij de vos staan de 2 middelste tenen verder naar voren, waardoor de prent veel langwerpiger is.
Ook zijn er veel sporen van konijnen. Iedereen heeft het patroon van de prenten weleens gezien: de voorvoetjes in een smal spoortje waarbij het ene voetje altijd iets voor het andere staat, de achtervoeten worden daarover heen gezet in een breder spoor. In de looprichting staan de prenten van de achtervoeten dus altijd voor die van de voorvoeten.
Naast prenten laten konijnen in de winter ook vraatsporen na. Bij gebrek aan verse, groene knabbeltjes, maken ze stevig werk van het afknagen van de schors van verschillende struiken. Duindoorn en Kardinaalsmuts zijn favoriet, maar ook de her en der staande appelboompjes worden onder tanden genomen. Waaghalzen klimmen daarbij in de struik. Ik heb sporen gezien tot ca. een meter boven het maaiveld. Een konijn aan de Duindoorn lijkt wel een ietwat oranje gekleurd plasje en keutels te produceren, na een maaltje kardinaalsmuts lijkt alles een beetje groen te kleuren.



Let de komende weken ook eens op de aktiviteiten van vogels. Met het lengen van de dagen raken de hormonen van de beestjes danig in de knoop en wordt er zo nu en dan al stevig op los gezongen. De Grote bonte specht roffelt zich een slag in de rondte om zijn territorium duidelijk te maken. Spechten zijn dol op dennenzaden. Het is een hele klus om ze uit de kegel te plukken, maar dat het ze lukt blijkt uit de grote hoeveelheden die je nog weleens op de paden in het duin tegenkomt. Altijd op dezelfde plek en in dusdanige hoeveelheden dat je er met fiets en al vreselijk over kunt glijden en nogal uit de koers raken. Misschien is dat een mooi moment om even te stoppen en eens omhoog te kijken. Meestal zie je een boom met kieren en gaten, volgestopt met dennenappels: de spechtensmidse. In deze werkplaats worden de kegels vastgeklemd, waarna de vogel erop in begint het hakken en plukken om vervolgens de zaden eruit te freubelen. De afgewerkte kegels worden de nietsvermoedende mountainbiker voor de wielen geworpen, met soms uitglijders en bijna valpartijen tot gevolg. Weet die specht veel! En hoewel wandelaars soms verweten wordt het mtb-en te hinderen door dennenappels op de paden te gooien, uit bovenstaande blijkt dat zij hier part nog deel aan hebben. De smidse wordt gedurende een langere tijd gebruikt. Wees voorbereid!

Natasja Nachbar, boswachter PWN


25-11-2009 Column "Natuurlijk sportief!"-Lekker rondje
Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.

Zomaar een dinsdagmiddag, effe een stukkie fietsen. Eerst richting Castricum aan Zee. Omdat het behoorlijk nat is geweest zie ik er, voordat ik het strand heb bereikt, al uit alsof ik een barre tocht heb gemaakt waarbij ik tot mijn oren in de drek heb gezeten. Let wel, we hebben het over 5,5 km asfalt.

Vlak voor het strand leert een blik noordwaarts mij dat ik zo meteen nat ga worden. Meteen een jasje aan dan maar. Op het strand blijft het ergste mij bespaard: ik word wel nat, maar de beide windmolenparken zijn grotendeels aan het zicht onttrokken door een enorme inktzwarte wolk. Los daarvan blijkt het eigenlijk niet zo'n goed idee te zijn om nu op het strand te gaan fietsen. Het is nog geen laag water en hoewel het niet erg hard waait, is het wel een vervelend windje tegen. Ondanks het zachte zand en de regen, heeft het ook wel wat: stilte en weinig mensen. Her en der zitten groepen Zilver- en Mantelmeeuwen bij de waterlijn. De Zilvermeeuwen zijn die met de lichtgrijze jas aan, de Mantelmeeuwen dragen een donkergrijs kleed. Daartussen zitten 1, 2 en 3-jarige meeuwen met allemaal een ander, veel bruiner verenpak. Plaatselijk liggen grote groepen Tafelmesheften, die lange, smalle schelpen die zo nu en dan massaal op het strand liggen. Knerpend rij ik eroverheen.

Bij Egmond aan Zee hou ik het voor gezien en rij ik landinwaarts naar de Herenweg. Voorbij 't Woud ligt er een dikke laag smurrie van tot pulp gereden afgevallen blad, wat me aan alle kanten om mijn oren spat. Ik vermoed dat ik er zo langzamerhand uitzie alsof ik er doorheen heb liggen rollen.

Aan het begin van de Uilenvangersweg laat de zon zich even zien. Er zit nog net wat kleurig blad in de bomen. De pollen Pijpestrootje lichten geel op onder de witte berkenstammen. Prachtig strijklicht valt door de wirwar van takken boven mijn hoofd. Genieten!


Dan een rondje Schoorl. Dat ik op mijn strandfiets rij en dus van geen enkele vering ben voorzien, dat heb ik geweten. Het pad ligt er goed bij, waardoor ik best wel effe door wil trekken. Ogenblikkelijk wordt dat afgestraft door de kuilen en hobbels in de route. Dan maar wat rustiger aan, er is tenslotte genoeg moois te zien om mij heen. Honderden Valse hanenkammen zie ik langs het pad. Sommige plekken zien er oranje van. Deze dubbelganger van de Cantharel doet het bijzonder goed dit jaar. Net als de Cantharel is deze paddenstoel eetbaar, maar geeft bij overvloedig gebruik darmstoornissen! Aangezien dat erg lastig is met fietsen, kun je hem maar beter laten staan. Vergissingen zijn vrijwel uitgesloten: de Cantharel ruikt naar abrikoos, de Valse hanenkam moet het doen met een geur als van paddenstoelen.

Op andere plekken hangt een grijsbruin waas boven het bed van dennennaalden die de bodem bedekken. Miljoenen kleine paddenstoeltjes waarvan ik vermoed dat het Palingsteelmycena's zijn. Ik heb geen zin om af te stappen om te voelen of ik gelijk heb. Even verderop stuiter ik bijna van mijn fiets, ik zit alleen maar om mij heen te kijken. Mocht je in deze tijd van het jaar wel onderuitgaan op de route, dan maak je een goede kans om oog in oog te liggen met Muizestaartzwammetjes. Deze kleine paddenstoeltjes groeien op half begraven dennenkegels. Het hoedje is bruin met een lichte rand en als je een kegel uit de grond peutert, is de kans groot dat er een soort van wit draadje aan hangt als de staart van een muis. En als je daar dan toch ligt, check meteen even die Palingsteelmycena: het steeltje is glad als een aal.

Ondanks dat ik veel om mij heen heb gekeken, heb ik toch nog een aardige tijd gereden, zeker als je bedenkt dat ik normaal nooit hier rijd zonder vering.

Over de Blijdensteinsweg naar Bergen aan Zee. Heerlijk, zo'n nat schelpenpad, gelukkig was ik nog niet vies.

Terug over het strand. Het is nu helemaal laag water, het is droog, wind in de rug, hard zand. Helemaal goed dus. Behalve een klein puntje: de zon is doorgebroken en die schijnt bijna recht in mijn gezicht. Langs de waterlijn scharrelen een paar Drieteenstrandlopertjes. Iedereen kent ze denk ik wel, ze lopen eerder weg dan dat ze opvliegen. Dat lopen kunnen ze heel snel, waarbij je de korte zwarte pootjes als een bezetene ziet bewegen. Dat ze wel degelijk kunnen vliegen en goed ook blijkt uit het volgende. Een geringd diertje werd gezien in Zuid Noorwegen. Vijf (!) dagen later werd hetzelfde vogeltje gezien in Ghana. Aangenomen wordt dat-ie over de Sahara moet zijn gevlogen, en dat voor een kustvogel! Moet ik er nog bij vermelden dat een Drieteenstrandloper slechts zo'n 100 gram weegt. Doe dat maar eens na!

Ten noorden van Egmond aan Zee zie ik boven de duinen een bijna zwarte lucht met daarin een regenboog. Dichterbij licht het Helm op de zeereep goudkleurig op in de zonnestralen, die ook zorgen voor scherpe schaduwen in de stuifkuilen in diezelfde zeereep. Alles bij elkaar levert dit een indrukwekkend plaatje op.

In een van de stuifkuilen komt een bunker bloot te liggen. Best kans dat op deze plaats de verstuiving doorzet en er een kerf ontstaat, zo las dat zoiets bij Heemskerk op twee plaatsen gebeurt. Stuiven mag weer, sterker nog, het duin als zeewering wordt er sterker van en groeit mee met de zeespiegelstijging. Al het zand dat hier wegstuift, slaat  verderop in het duin weer neer. Pas als de zeereep tot lager dan zeven meter +NAP uitstuift, wordt ingegrepen door het Hoogheemraadschap. Naast voordelen voor de zeewering is stuivend zand ook de motor achter de voor de natuur zo belangrijke duindynamiek. Zon, zee, zand en wind maken van de duinen zo'n kenmerkend milieu met de daarbij behorende planten en dieren.

Bij Castricum aan Zee verlaat ik het strand. Nog even rustig uitrijden over de Zeeweg en nagenieten van al dat moois vandaag. Helemaal gespikkeld van de opgespatte kledder, die nu ook achter mijn oren zit kom ik thuis. Lekker rondje!

Natasja Nachbar
Boswachter PWN

 



   

Introductie door Natasja zelf!

Bij de eerste column van mijn hand voor deze website is het goed om te beginnen met een korte introductie van mijzelf en wat ik ga doen. Over dat laatste kan ik kort zijn: informatie geven over de natuur die je fietsende voort, waar dan ook, tegenkomt. Veel over natuur in het duin, maar ook langs een rondje als bijvoorbeeld de route in het Geestmerambacht kom je een hoop natuur tegen. Neem bijvoorbeeld de paddestoelen die nu her en der de kop opsteken.

Ik ga mijn best doen om aardige wetenswaardigheidjes te beschrijven, waardoor je niet meer alleen je stuur en het pad voor je en het achterwiel van je voorganger hoeft te zien, maar ook nog eens kan genieten van wat er om je heen te zien is. Dat is trouwens ook een goeie smoes voor als het effe niet zo lekker gaat: "Nee hoor, ik rij prima vandaag, ik heb alleen even gekeken naar dat leuke plantje langs het pad. Hebben jullie het niet gezien?"

Nu over mijzelf. Mijn naam is Natasja Nachbar. Mijn 1e mtb kocht ik in 1989 en vanaf dat moment ben ik verslingerd aan mountainbiken. In 1995 ben ik begonnen met het rijden van wedstrijden, eerst een paar bij de funklasse, maar daar was de lol gauw vanaf. Ongeveer 500 m na de start keek ik eens om en kon dan vervolgens rustig aan mijn rondjes rijden. Nee, dan beter overstappen naar het echte werk, de damesklasse. Daar heb ik tot 2005 meegedraaid in het nationale wedstrijdcircuit en ook internationaal  heb ik wel wat gereden. Benelux cup, EK, wereldbekers en hier en daar wat losse wedstrijden. De mooiste parkoersen waren toch wel de wereldbeker in Kristiansand (N), Benelux cup in Tetange (L) en in Albufeira (P). Ik heb geloof ik in 12 landen wedstrijden gereden. In 1999 (of was het 1998) ben ik Nederlands Kampioen downhill geweest. Ook leuk, maar erg duur en nog tijdrovender.

Nationaal heb ik altijd lekker meegedaan als suptopper, waarbij ik jaarlijks slechts 1 of 2 wedstrijden buiten de top 10 eindigde. Nu fiets ik alweer enkele jaren puur voor mijn plezier en geniet ik heel veel van de mooie gebieden waar ik doorheen fiets.

Sinds 1 februari werk ik als boswachter bij duinbeheerder PWN. Ik ben in hoofdzaak te vinden in het noordelijk deel van het NHD, van Bakkum tot en met Bergen. Een mooie baan, als je het mij vraagt. Heel veel vrijheid en werken in een schitterend duingebied. Er zijn dagen dat ik bijna de hele dag op de fiets zit in het duin om mijn werk te doen. In weer en wind bezig zijn met de 2 dingen die mij aan het hart gaan: natuur en fietsen. Ik wil jullie graag op de hoogte houden van wat je al fietsend tegen kunt komen. Zoveel mooie en interessante dingen waar je nietsvermoedend aan voorbij rijdt, dat kan anders. Ik vind het dan ook een voorrecht om daar op deze plaats verandering in te brengen.

Natasja Nachbar, boswachter PWN.


27-09-09 "Natuurlijk sportief!" - Droog

Door:Natasja Nachbar, MTBster & boswachter bij PWN.

 

Op het moment van schrijven ben ik net terug van een ritje stofhappen in het duin. Het is nu al zolang droog dat er bijna geen pad meer is te vinden dat niet stoffig en rul is geworden. Gelukkig herstelt zich dat heel snel als er eenmaal nattigheid uit de lucht valt.
Normaal schieten om deze tijd van het jaar de paddestoelen de grond uit, maar op een paar Vliegenzwammen na, die dol zijn op warmte en droogte, heb ik er nog maar weinig gezien. Als er niet snel regen komt, gaat het hele paddestoelenseizoen aan ons voorbij dit jaar. Niet dat dat schadelijk is voor het organisme schimmel, maar het is wel jammer voor ons mensen. Ik kan er altijd erg van genieten om tijdens het fietsen naar de paddestoelen langs de paden te kijken.
Een schimmel kun je een beetje vergelijken met een appelboom: een boom, met vruchten die de zaden dragen. In het geval van de schimmel bevindt de boom zich ondergronds en komt de  vrucht, de paddestoel met hierin de sporen, bovengronds. Zijn de omstandigheden niet gunstig, dan slaat de schimmel een jaar over en komt er geen paddestoel.
Ook mossen en korstmossen zijn wat minder zichtbaar met dit droge weer. Zij zijn het hele jaar aanwezig, maar maken onder ongunstige omstandigheden, warmte en droogte, een rustperiode door waarin zij verschrompelen. Als de luchtvochtigheid hoger wordt, door regen of dauw, zwellen de planten snel op doen hun ding totdat de zon ze weer doet krimpen. Vandaar dat mossen met name in najaar, winter en voorjaar opvallend aanwezig zijn. Mossen zijn er in alle soorten en maten.
Een mooie plek om mossen te zien is langs het meest noordelijke pad van het NHD, de Linksche Rand. Een mooi pad om te fietsen: vrij smal, licht slingerend en afwisselend heide en bos. In die bossen zijn op de wallen langs het pad prachtige mossen te zien. Nog een mooi en mosrijk pad om te fietsen, zeker nu de oude eiken weer zo in het zicht staan, is de Oude Schulpweg  in het Castricumse duin. 



Een ander verschijnsel van de droogte is dat veel bomen al eind augustus in herfsttooi kwamen, waardoor er nu plaatselijk al flink wat kale bomen staan en paden vol dor blad liggen. Hierbij lopen esdoorn en populier voorop, terwijl de eik geen krimp geeft.
Grassen zijn na de bloei in (winter) rust gegaan en zien er nu uit als bosjes hooi. Daarin schuilt wel enig gevaar: als de fik erin gaat, brandt het meteen als een fakkel. De gevolgen daarvan hebben we kunnen zien in de Schoorlse duinen en vlakbij Bergen.
De ochtend na de brand bij Bergen was ik daar met mijn collega boswachters om de schade op te nemen. Eerst zie je alleen maar het zwartgeblakerde duin. Als je nauwkeuriger kijkt, zie je dat terwijl de bodem nog warm is van de brand en er her en der nog smeulende plekken zijn, het herstel al op gang is gekomen. Langs de randen van de brandplek springen sprinkhanen door de geblakerde vegetatie. Iets verderop zijn 2 Boomleeuweriken op zoek naar een lekker hapje, nadat zij eerst hun liedje voor ons hebben gezongen. Hoog in de lucht hangt een Sperwer. Blijkbaar is er niets voor hem/haar te vinden, want na een beetje draaien en keren zweeft hij/zij weer verder.
Met meters zwartgeblakerde vegetatie in de omtrek worstelt een klein pissebedje zich moedig over de puinhopen heen. Even verderop rent een Wolfspin over de bodem, jagend. Verderop zien we een kolonie Rode bosmieren die druk zijn hun nest te herbouwen. Op een andere plek schiet een Duinhagedis een holletje is. Een Kleine vuurvlinder doet zijn naam eer aan en landt op een verkoolde stronk. Nog wat verder heeft een Bosmuis zijn holletje reeds op orde gemaakt. Onder de opening van zijn nestje ligt vers opgegraven zand, zonder enig spoortje van brand.
Wat ook opvalt tijdens een rit is het gedrag van vogels. In de ochtenduren zingen vogelmannen zich een slag in de rondte alsof het voorjaar is en zij een partner moeten strikken. Dit heeft echter niets met droogte te maken maar alles met de daglengte. De dagen zijn rond 21 september even lang als rond 21 maart, de periode dat veel vogels bezig gaan met de voortplanting. Over een paar weken, als de dagen aanzienlijk korter zijn geworden, is het ook gedaan met de zang.
Wat mij betreft mag het gauw gaat regenen, en flink ook. Ik wil wel weer eens thuiskomen van een tocht op de mtb met natte kledder achter mijn oren. Niet meer met zand tussen mijn tanden.

Natasja Nachbar
Boswachter PWN



© mtb noordwest9